Inleiding

Geachte lezer,

Al jaren knip ik quotes en artikelen uit die mij raken, omdat ze zo treffend mijn eigen mening
verwoorden. Een mening die naast rationele afwegingen ook op intuïtie en wat levenservaring berust.
Het zijn mijn privéwaarheden, mijn wegwijzers en bakens om het leven zo goed mogelijk mee door
te komen, al moet ik bekennen dat ik ze, als de situatie zich daartoe leent, met graagte mag uitdragen.
Een van mijn belangrijkste waarheden is dat mensen tot het goede geneigd zijn, dat het leven een
fantastisch middel is om jezelf als mens te verwezenlijken, met diep vallen en weer opstaan en dat
het een voorrecht is om aan het leven te mogen deelnemen.

Haaks daarop staat dat er aardig wat afgetobd en afgeklaagd wordt in Nederland, het land van melk en
honing. En uiteraard gaat er regelmatig het nodige mis waarbij kritiek en verontwaardiging op hun
plaats zijn. Wat ik echter betreur is het negatieve mensbeeld in algemene zin, zoals dat wordt
uitgedragen in de literatuur of, wanneer de actualiteit daartoe aanleiding geeft, en dat is vaak,
in kranten, tijdschriften en de overige media. Kommer en kwel, oorlog, moord en doodslag lijken alom.
Het deed mij dan ook veel genoegen dat er eind 2019 een boek op de markt verscheen met de optimistische
titel ‘De meeste mensen deugen’. Het klonk mij als muziek in de oren en het werd nog een bestseller ook.
Met dank aan Rutger Bregman.

Zelf ben ik een gelegenheidsschrijver die pas bij tegenslag en malheur en met de nodige tegenzin in actie
komt. Hierboven noemde ik het leven een voorrecht, maar ik ervaar het tegelijkertijd als pittig, soms zelfs
als bijzonder zwaar. Wanneer er zich iets aandient dat mijn krachten te boven dreigt te gaan, zoek ik de
eenzaamheid om mij te laten troosten door de natuur om mij heen in al haar facetten. Natuur, waarvan ik
zelfs bij het grootste verdriet nog kan genieten en waar ik mij volledig op mijn plaats voel en in kan opgaan.

Najaar 2020 vertrok ik, samen met Tommie, mijn dierbare Jack Russellvriendje, en een rugzak vol boeken,
mappen en knipsels voor een paar maanden naar mijn vaste stek in Midden-Frankrijk, om mijn wonden te likken
en tevens te schrijven over wat zich al lang aan het opdringen was om geschreven te worden, iets wat mij als
mens en als antropoloog bezighield: de mens en het kwaad in de wereld en hoe het een en ander met elkaar te
rijmen. Het persoonlijke verdriet waarvoor ik de afzondering zocht was ditmaal de scheiding van een van de
dierbaarste mensen in mijn leven. Het tekende mede mijn dagen, maar het is privéverdriet dat slechts hier
en daar en in algemene zin door het verhaal heen sijpelt, reflecties over mijn strijd om het te begrijpen en
hanteerbaar te maken.
Het hoofdthema zijn de wederwaardigheden van wat ik ‘Het Mensdier’ noem, een fluïde stadium tussen mens en dier,
de wisselwerking en het gevecht tussen primaire overlevingsinstincten en de evolutionair gegroeide verstandelijke
en empathische vermogens en moraliteit.

Het is geen wetenschappelijk betoog, maar het delen van een persoonlijke zoektocht naar de zin en invulling van
het leven. Een leven waarin niet alleen de politiek en omstandigheden sturend hoeven te zijn, maar vooral ook de
eigen geestkracht, talenten en inzet. Dit alles ingekaderd in het Franse leven en met wat er zich tijdens mijn
verblijf voordeed.* Het contact met de buren, de zeer aanwezige jagers, de resultaten van de wildcamera die ik
dagelijks installeerde, de vossen, dassen en boommarters, de overgang van de kleurige herfst naar het stemmige
grijsbruin van de naderende winter, het wonder van de massaal overtrekkende kraanvogels en duiven, en het nieuws
dat tot in de verre binnenlanden van Frankrijk mij wist te bereiken en een welkome kapstok vormde om mijn ideeën
aan op te hangen.

* Een selectie van foto’s en wildcamerafilmpjes zijn te vinden op  www.mariaquist.nl (het Mensdier)